Het zijn net mensen (Joris Luyendijk)
Het houdt me al een tijdje bezig. Sinds ik ooit gehoord heb van een experiment waar tussen verschillende soorten scenes door (spelende kinderen, huilende vrouwen, dieren, gruwelijke scenes), steeds hetzelfde shot van het hoofd van een man werd getoond. Zo werd de suggestie opgeroepen dat die man steeds reageerde op wat de kijker net gezien had. De kijkers vonden de acteur ongelooflijk goed, hoe hij met zo weinig expressie toch verschillende emoties kon uitdrukken. Wat er eigenlijk gebeurde, is dat de kijker vanuit de context zelf een verhaal ging toekennen. We zijn zo gespitst op verbanden, dat de verschillende beelden automatisch door een kijker verbonden worden.
De eerste bewuste toepassing die ik daarvan gezien heb, zijn de beelden van de juichende palestijnen op 11 september 2001. Die beelden waren totaal niet gerelateerd aan de Twin Towers, maar doordat ze in hetzelfde nieuws werden getoond, werd wel die indruk gewekt. De kracht van het beeld is enorm. Ik heb ooit een tentoonstelling en bijhorende voordracht gezien rond de verkleutering van de media. Het tv-medium dat geen diepgang meer toelaat, en de boodschap moet dus in 1 zin, liefst nog 1 woord te vatten zijn, en 1 beeld. Dus moet de boodschap ongelooflijk simpel en direct zijn, om nog de gemiddelde kijker te boeien, tussen de reclame-blokken door. Jammer genoeg gaat er zo erg veel diepgang verloren. En tegelijkertijd ben je totaal afhankelijk van wat er getoond wordt, krijg je nooit een volledig beeld, en ben je dus erg vatbaar voor “misleidende beelden”.
Zoals het bovenvermelde beeld. Of de Amerikaanse media die massaal een soort angst-psychose creeren zoals vermeld in Bowling for Columbine door bijvoorbeeld alleen gekleurde misdadigers te tonen (wat zelf niet totaal onschuldig was op t gebied van misleiding en beperkte context). In beelden kan je dus heel gemakkelijk een heel geloofwaardig verhaal vertellen op erg korte tijd. En misschien is vooral wat er niet getoond wordt belangrijk.
In dit informatie-tijdperk is het enigszins bevreemdend dat, hoewel bijna alle informatie vrij te krijgen is op het internet, tegelijkertijd niemand de tijd neemt of mag nemen om verhalen in hun volle diepgang te brengen. Zo heel vreemd is dat niet, natuurlijk, aangezien er steeds meer nieuws is, onze wereld steeds groter wordt, en dat het dus nog belangrijker wordt om eenvoudige categoriën aan te brengen, om die wereld beheersbaar te houden. Dus gaat het heel gemakkelijk van alle terroristen zijn moslims, naar alle moslims zijn terroristen. Simpel toch. Maar o zo gevaarlijk.
Joris Luyendijk was van 1998 tot 2003 correspondent vanuit het Midden-Oosten. Zijn verhaal is enerzijds ontluisterend, een inside-look, hoe het nieuws gemaakt wordt. Hoe het gestuurd wordt, en hoe klein zijn invloed daarin is, zelfs als correspondent. Hij ontkracht een hele hoop veronderstellingen.
Het nieuws blijkt vooral gemaakt te worden door de nieuwsagentschappen, en de journalisten ter plaatse zorgen enkel voor de lokale kleur, of het verslag ter plaatse (wat niet meer wil zeggen, in het slechtste geval, dan dat zij het voorlezen of overtypen).
Hij geeft aan hoe gemakkelijk ons beeld gekleurd wordt, enerzijds door het woordgebruik, dat reeds een mening insinueert (terroristen versus vrijheidsstrijders bijvoorbeeld). Hij geeft aan hoe moeilijk het is om aan goede berichtgeving te voeren in een dictatuur, omdat informatie macht is.
Hij geeft daar enkele zeer goede en frappante voorbeelden van. In de strijd tussen Israël en Palestina heeft Israël de beste opvang voor de journalisten, de verhalen, de foto’s, de getuigenverklaringen, alles is te krijgen in een bundeltje, met telefoonnummers erbij als het ware. Als de Israëlieten een bombardement uitvoeren, verontschuldigen ze zich (maar doen niets meer). De Palestijnen leven onder een dictatuur. De arabieren mogen vanuit hun cultuur geen zwakte tonen.
Er was een goede pers-verantwoordelijke bij de Palestijnen, maar van het ogenblik dat die populairder dreigt te worden dan de dictator zelf, neemt die uit zelfbehoud maatregelen, en verkiezen die liever een handpop die hun lof zingt. Hetzelfde voorbeeld bij Irakezen, bij de derde golfoorlog, waar de woordvoerder soms zo belachelijke propaganda voerde, in plaats van eerlijke berichten te geven. Hij moet alleen dienen ter meerdere lof en glorie voor de dictator, Saddam Hoessein, himself.
Op dezelfde manier zijn in dictaturen geen opinie-peilingen voorhanden, kan je op straat geen eerlijke mening van een burger vragen, aangezien overal geheime politie rondloopt en mensen met een mogelijke subversieve mening zo de gevangenis in worden gegooid. Dus als journalist zijn in een dergelijk land je handen gebonden. Je kan niets meer dan brengen wat de nieuwsagentschappen zeggen dat het nieuws is.
De onvrede bij Joris Luyendijk groeide meer en meer, naarmate hij langer correspondent was, omdat het beeld dat er van de moslims of arabieren getoond werd helemaal niet overeen kwam met het beeld dat hij zag, dat hij ervaarde in de straat.
Waar Joris Luyendijk in dit boek heel mooi in slaagt, is de bel doorprikken. De illusie van een integere berichtgeving. Iedereen doet zijn best, maar toch wordt het gekleurd. Hij toont de andere kant, de grappende moslims, de eigenspot van de Israeliëten, de menselijke kant. De grootste verdienste nog, vind ik, is dat Joris Luyendijk geen kant kiest, maar van elke kant een eerlijkere berichtgeving toont. Hij toont ons het grotere kader. Het kader dat hij zo graag als journalist had willen brengen, maar waar hij door het medium nooit de tijd en ruimte voor kreeg. Zeker op tv niet. In de geschreven pers heeft hij af en toe opinie-stukken geschreven, maar de kracht van het beeld is onverwoestbaar. Als je een aan stukken gereten bus ziet, met huilende familieleden er rond, maakt het niet meer uit wat een journalist net vertelt, je kan in eenzelfde sprekend beeld, in eenzelfde tijdspanne, niet de vernedering laten voelen die Palestijnen dag in dag uit ervaren, de machteloosheid. Waar Joris Luyendijk absoluut niets goedpraat of goedkeurt, maar waar hij een iets eerlijkere belichting tracht te geven. Tegelijkertijd beschrijft hij ook hoe de Palestijnen, als de camera niet rolt, wel degelijk huilen om hun zonen en dochters, en het onbegrip bij de Palestijnen zelf.
Wat ik me na het lezen van dit boek vooral afvraag is hoe je dat kan oplossen? Hoe kan je als integere journalist integer nieuws brengen? Het leven is niet zwart/wit, en is niet te vatten in een nieuws-item van 30seconden. Hoeveel zinnen kan je zeggen in 30seconden? Hoeveel in een minuut? Hoe kan je een situatie uitleggen die over verschillende jaren gegroeid is. Als een Ier naar nieuws kijkt over Belgie, denkt hij dan dat wij ook in een burgeroorlog leven? Ik kijk niet meer naar het nieuws, en ik lees geen krant meer. Ik weet niet meer wat ik kan geloven. Als Amerika een oorlog kan voeren met een land, waarvan iedereen weet dat de VSA nooit de juiste reden heeft gegeven van die oorlog, waarom mag dat dan nog steeds.
Wat is het doel van het nieuws eigenlijk? Het nieuws brengt alleen de feiten, zodat je op de hoogte bent van wat er in de wereld gebeurt. Feit is dat het nieuws tot amusement is vervallen, en dat het niet meer uitmaakt of de feiten die gebracht al dan niet correct zijn. Het nieuws correct brengen is onmogelijk in de ruimte die er voor de verschillende items wordt gemaakt. Wij kunnen ook niet alles begrijpen. Dus wordt er een soort synopsis gemaakt, wordt er een keuze gemaakt, wat belangrijk is en wat niet (nieuwswaardig). Tegelijkertijd moet het nieuws makkelijk, hapklaar, en liefst nog spectaculair zijn, niet? Want dat geeft meer kijkers. Ik mis de duiding, de diepgang. Die ik gelukkig in boeken wel kan terugvinden. Zoals deze.


